Circular Economy: prachtige kans voor Smart Industry

De toegevoegde waarde van Circular Economy voor Smart Industry

Het lijken twee totaal verschillende begrippen: Circular Economy en Smart Industry. Een ding hebben ze in ieder geval gemeenschappelijk. Het zijn allebei veelgebruikte begrippen. Woorden die zo veel gebruikt worden, dat ze het risico lopen hol te worden. De Achterhoek kiest voor Smart Industry. Waarom dat zo’n goede en logische keuze is, beschreef ik al eerder. Maar Circular Economy?

Meer dan afval en recycling

De term Circular Economy wordt vaak gebruikt door afval- en recycling bedrijven. We doen een beroep op burgers om hun afval goed te scheiden, zodat zo veel mogelijk materiaal opnieuw gebruikt kan worden. De winst voor ons milieu zit ‘m erin dat we daardoor minder nieuwe grondstoffen nodig hebben. Daarnaast is er bij hergebruik veel minder energie nodig. De bekendste voorbeelden van materialen die zich goed laten hergebruiken zijn papier en glas. Ook blik en kunststoffen worden meer en meer apart ingezameld.

Echter, veel kunststoffen zijn zo gebruikt of gemaakt dat ze alleen als veel laagwaardiger materiaal hergebruikt kunnen worden. Bijvoorbeeld als bermpaaltjes. Dat houdt dus in dat het aantal producten waarvoor dit materiaal gebruikt kan worden heel beperkt is. De opgave om tot een circulaire economie te komen is dus groter.

Fossiele grondstoffen zoals olie, gas en metalen zijn eindig: onze aarde is immers eindig. Hoelang het duurt voordat bepaalde grondstoffen op zijn, is niet helemaal zeker. Wel is duidelijk dat het steeds meer moeite zal kosten om grondstoffen te winnen. We moeten bijvoorbeeld dieper graven. En: de concentraties erts nemen rap af. Het kost dus steeds meer energie, en het levert steeds meer milieuschade op om aan de grondstoffen te komen.

Thomas Rau: “Dit gebouw is een tijdelijke opslagplaats van materialen”

Afgelopen donderdag mocht ik een mooie presentatie bijwonen van architect Thomas Rau. Hij sprak bij een bijeenkomst van het Gelders Energie Akkoord. De bijeenkomst was in het hoofdkantoor van Liander, in Duiven, waarvan Rau de architect is. Rau verwoordde het prachtig: we moeten een gebouw niet langer beschouwen als een kant en klaar eindproduct, maar als een tijdelijke opslagplaats van materialen. Van het gebouw is dus alles vastgelegd: wat van hout is, wat van metaal. En het gebouw is zo in elkaar gezet, dat het zo eenvoudig mogelijk weer uit elkaar gehaald kan worden.

Laat het maar eens goed bezinken: een gebouw of een product is een tijdelijke opslagplaats van materialen.

Denk eens na over de consequenties. Voor het ontwerp. Voor het gebruik en het onderhoud. Voor het eigendom. Zoals in het gebouw van Liander: daar hebben ze geen lampen gekocht van Philips. Nee: ze nemen de dienst licht af. Philips is en blijft eigenaar van de lampen en betaald de energierekening.

Van bezit naar gebruik.

Net als bij mobiele telefoons. En steeds vaker bij auto’s. Daarmee is de gebruiker ontzorgd EN blijft de producent eigenaar van die cruciale grondstoffen.

En nu Smart Industry

Wat is nu de mogelijke voorsprong voor Smart Industry? Bij een gebouw is het volstrekt helder waar je grondstoffen zich bevinden: altijd op dezelfde plek. Telefoons zijn gekoppeld aan een eindgebruiker via een abonnement. Voor auto’s geldt hetzelfde, auto’s zijn zelfs een zogenaamd registergoed. Via het kenteken is exact bekend wie de eigenaar is.

In de industrie ligt dat vaak complexer. Kleinere producten, halffabrikaten, noem maar op. Hier komen slimme producten en Big Data om de hoek kijken. Steeds meer producten worden voorzien van steeds kleinere chips. Daarmee volgt de fabrikant hoe zijn product wordt gebruikt, onder welke omstandigheden er problemen optreden enzovoort. En hij weet dus ook waar zijn product is.

Smart Industry leidt er al toe dat de business modellen van bedrijven veranderen. Smart Industry bedrijven zijn zich al aan het aanpassen aan een steeds onvoorspelbaardere omgeving, aan klanten die andere eisen stellen. Ik durf de voorspelling aan dat de noodzaak voor een meer circulaire economie deze trend zal versterken. Uit strategische overwegingen zullen producenten eigenaar willen blijven van hun product. Niet alleen omdat hun klanten dat willen – die willen immers ontzorgd worden – maar om zeker te stellen dat hij blijvend over de grondstoffen beschikt om zijn klanten ook in de toekomst te kunnen leveren.

Digitalisering van processen en producten is één ding. De vierde industriële revolutie is gaande. Laten we dan ook de strategische stap maken naar borging van onze grondstoffen. Anders raken we in de Achterhoek alsnog out of business.

8 redenen waarom we meer aandacht aan techniekonderwijs moeten besteden

Techniek is niet alleen voor nerds

Het begrip techniek onderwijs roept vaak gemengde gevoelens op. De beelden variëren van “dan moet je zwaar werk doen in een vieze fabriek” tot “dat is moeilijk en alleen voor nerds”. Zoals ik vorige maand schreef staan we aan het begin van de vierde industriële revolutie. Deze revolutie zorgt er ook voor dat we anders moeten gaan kijken naar het belang van techniek onderwijs.

1 Techniek is essentieel voor de motorische ontwikkeling van kinderen

Ik hoor vaak dat er in het basisonderwijs meer aandacht moet zijn voor computers en programmeren. Iedereen moet immers kunnen omgaan met de moderne ICT-middelen. Dat laatste is zeker wenselijk, tegelijkertijd gaat daar iets anders aan vooraf. Technisch inzicht is ook gekoppeld aan ruimtelijk inzicht. En ruimtelijk inzicht krijg je door te doen: springen, klimmen en zeker ook spelen met blokken. Van Duplo naar LEGO en Kapla

2 Techniek is schoon

Iemand iets leren, is veel makkelijker dan iemand iets afleren. Veel ouders van nu, zijn opgegroeid met het beeld dat techniek gepaard gaat met olie, vuil en lawaai. Dat beeld is er niet voor niets. In de meeste bedrijven is dit helemaal achterhaald. Het is er licht, schoon en behoorlijk rustig. Er zijn zelfs bedrijven die hun (metaal-)producten verpakken in wit karton, om te onderstrepen hoe schoon hun producten zijn.

3 Technische ontwikkelingen vragen om creativiteit

Werken in de techniek is niet alleen voor nerds. Moderne producten zijn ontwikkeld op maat van de klant. Regelmatig gaat het om nieuwe producten, waarbij makers zich moeten inleven in mogelijke behoeften van hun klanten. Dat vraagt om ontwerpers die creatief zijn. Een groot voorstellingsvermogen hebben. De vraag achter de vraag weten te ontdekken.

Klanten van nu willen producten die ze in 1 keer begrijpen.
Dikke handleidingen worden niet gelezen. Sterker nog: een dikke handleiding schrikt af. Een virtuele rondleiding door het product mag nog wel, maar alleen als het niet te lang duurt.

4 Technisch onderwijs biedt kansen op alle niveaus

Technisch onderwijs is van groot belang op alle niveaus. Van VMBO tot Universiteit. En juist ook op de niveaus er tussenin. Technasia (zeg maar: havo en vwo met extra aandacht voor techniek) zijn gelukkig in opkomst.
De basisprincipes van techniek kom je overal in het leven tegen. Techniek en ICT grijp overal in ons leven in. Daarom zou er in alle vakken en opleidingen aandacht aan besteed moeten worden. Ook in bijv. de zorg.
En dat begint dus al op de basisschool.
Techniek moet gewoon worden

5 Techniek sluit aan op de dagelijkse omgeving (aanschouwelijk onderwijs)

Het mooie van techniek onderwijs is, dat het laat zien hoe dingen om ons heen in elkaar zitten. Hoe kun je een lamp laten branden met behulp van een zonnecel? Hoe werkt een lichtschakelaar? Of: wat kun je allemaal maken met een 3D-printer in de klas?

Kinderen leren beter als ze in de praktijk zien waar het over gaat. Als ze dingen kunnen voelen en vastpakken.

6 Techniek biedt kansen om onderwijs en bedrijfsleven op elkaar te laten aansluiten

Het grootste deel van ons onderwijs is beroepsonderwijs. Daar leer je een vak. Wat is er dan mooier om het te leren op de plaats waar het echt gebeurt? Kinderen zijn veel meer geïnteresseerd in een vak als ze zien hoe het in de praktijk wordt toegepast. Ze begrijpen beter waarom ze iets moeten weten. Geen losse weetjes, maar een logisch geheel. Door de verbinding te maken met het bedrijfsleven, krijgen kinderen ook de lessen waar het bedrijfsleven behoefte aan heeft. Dat geldt voor alle vakken. Techniek heeft daarbij als voordeel dat het over concrete producten gaat. Veel machines kun je prima gebruiken voor een les. Om dat ook te doen met de bedrijfsadministratie is al een stuk lastiger

7 Techniek stimuleert de nieuwsgierigheid

Zoals hierboven al gemeld kan techniekonderwijs een goede bijdrage leveren aan aanschouwelijk onderwijs: zichtbaar maken hoe dingen in het dagelijks leven werken. Het is bekend dat als kinderen de mogelijkheid krijgen om te onderzoeken, ze dat graag doen. Het prikkelt de nieuwsgierigheid. En nieuwsgierigheid is de basis van elk leren. Kinderen worden nieuwsgierig geboren. Ze hebben letterlijk een wereld te ontdekken. Vaak gaat dat goed, soms gaat dat fout: leren gaat letterlijk met vallen en opstaan.

Kinderen nieuwsgierig houden is eigenlijk de belangrijkste opdracht voor het onderwijs. Inclusief het mogen vallen

8 We moeten wel

Zoals ik in een vorig blog schreef, staan we aan het begin van de vierde industriële revolutie. Of wat dat nou leuk vinden of niet: dat gebeurt.
Nu
Door die revolutie krijgen we de kans werkgelegenheid terug te halen naar de Achterhoek. Daarvoor hebben we wel mensen nodig met de juiste opleiding. Genoeg technici. Genoeg creatievelingen ook, maar wel creatievelingen die ook de vertaalslag naar producten kunnen maken. Kortom: mensen die niet bang zijn voor techniek.

En de basis daarvoor …. Ligt in het onderwijs