Onderwijs: van wie is de school?

Of: hoe het onderwijs weer van ons allemaal wordt

Het leek zo logisch. In elk dorpje was wel een school, en in onze grotere dorpen waren dat er al snel twee of drie. Soms gingen twee scholen samen, zoals in Wichmond en Baak. En hoewel er al jaren werd aangekondigd dat er minder leerlingen zouden komen, was daar op menige school nog weinig van te merken.

En ineens ging het hard

De scholen in Varssel, Halle-Heide, Halle-Nijman en Veldhoek gingen in 2013 samen met de school in Wolfersveen.
Ook in 2013 werden de scholen in Voor- en Achter Drempt samengevoegd.
Eind 2015 werd in Steenderen een nieuw gebouw opgeleverd. Drie scholen uit Steenderen en de scholen uit Baak en Olburgen kregen hier hun plek.

Het eind aan de leerlingendaling is nog niet in zicht

Dat zette mij aan het denken. De schoolbesturen werkten in de genoemde gevallen goed samen. Zal dat automatisch goed blijven gaan als de spoeling steeds dunner wordt? Stel, het gaat om hun laatste school in een groter gebied, denken de schoolbesturen dan nog steeds vanuit algemeen belang?

Scholen hebben een eigen karakter, een eigen profiel. Dat is goed, daarmee stralen ze uit wat ze belangrijk vinden. Ik vind dat er geen situatie mag ontstaan, waarin scholen met elkaar gaan concurreren om leerlingen. Een situatie, waarin gezegd wordt: “onze aanpak is de beste”. Immers: wat de beste aanpak is, hangt af van het kind.

Het gaat om de ontwikkeling van het kind

De ontwikkeling van een kind gaat veel breder dan alleen taal en rekenen. Kijk maar om je heen. Goede leerresultaten halen op school, is geen garantie voor een gelukkig leven. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt keer op keer, dat andere factoren minstens zo belangrijk zijn. Voldoende bewegen en een groene omgeving, muziek maken, dans / theater en sociale vaardigheden zijn essentieel. Net als een schoolomgeving waarin nieuwsgierigheid aangemoedigd wordt.

En wat gebeurt er in Nederland?

We stellen normen op voor taal en rekenen. Daar toetsen we continu op. Leerkrachten worden op die resultaten beoordeeld. Tegelijkertijd komt er om de haverklap een aanvullende eis uit Den Haag. Leerkrachten worden geacht schapen met minstens 5 poten te zijn. En oh ja, het moet ook met minder geld.

Ouders zijn op dit moment zelf verantwoordelijk voor de sport- en muziekbeoefening door hun kinderen. Waar mogelijk worden er eisen gesteld aan kinderopvangorganisaties om ook op dit gebied een goed aanbod te hebben.

Wel bijzonder: de overheid erkent dat de ontwikkeling van kinderen over meer gaat dan taal en rekenen. Dat meer is wel overgelaten aan ouders zelf en de markt, want kinderopvangorganisaties zijn immers commercieel. Daarmee ondersteunt de overheid vooral de ontwikkeling van kinderen van tweeverdieners.

Dat kan anders!

Juist in onze omgeving kan dat anders. In onze gemeente is breed het besef doorgedrongen dat we elkaar nodig hebben. Noaberschap in een modern jasje.
De leerkrachten zijn er om les te geven. Taal, rekenen, biologie, aardrijkskunde, geschiedenis en al die andere belangrijke vakken. De andere helft kunnen we samen vorm geven. Op een aantal plaatsen zien we al dat de lokale harmonie het muziekonderwijs verzorgt. Datzelfde moet mogelijk zijn voor sport en bewegen.

Voor alle kinderen.

En dan niet in de tijd tussen 8.30 en 14.00 gepropt, maar van 7.00 tot maximaal 19.00.

De ontwikkeling van onze kinderen is een gemeenschappelijke opdracht voor ons allemaal. Laten we de brede school combineren met de open club. Hoe we dat precies gaan doen? Daarover moeten we snel met elkaar in gesprek!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *